Spelregels

Het speelveld

Internationaal wordt er gespeeld op een veld van 16 op 26 meter dat afgeboord is met een stootrand uit kunststof van minimum 20 cm hoog. Dit wordt de “boarding” genoemd. De vorm van het speelveld is het best te vergelijken met een ijshockeyveld. De hoeken zijn afgerond en de goal staat in het veld, zodat er ook achter het doel kan worden gespeeld.

De sticks

Om de hockeybal te spelen worden er twee sticks gebruikt: een handstick en een T-stick. Spelers die voldoende kracht hebben in hun armen en romp spelen met een handstick. Dit is een – vaak korte – variant van een floorballstick. Deze stick mag niet langer zijn dan 1 meter en 12 cm.

Spelers die deze kracht niet meer hebben, spelen met een T-stick. Deze heet zo omdat die van bovenaf gezien een T-vorm heeft. De stick wordt aan de rolstoel bevestigd. Met de vleugels kan de bal gedreven, onderschept, gepast of geschoten worden. Een doelpunt met een T-stick is uitzonderlijk: met een handstick heb je nu eenmaal meer controle. T-stickspelers zijn daarom ook verdedigers, ze beschermen het doelgebied of proberen de tegenstander op afstand te houden.

Samenstelling van de ploeg

Een ploeg bestaat uit 5 spelers en hun wisselspelers. Van de 5 spelers op het veld offert één speler met een T-stick zich op om in het doel te staan. De doelman mag overal rijden op het veld, behalve in het doelgebied van de tegenstander. Alle andere spelers mogen noch in het doelgebied van hun eigen team, noch in dat van de tegenstander. Dit geldt zowel voor de rolstoel als de stick.

Behalve de doelman moet er minimum één andere speler met een T-stick op het veld staan. Je kan dus met maximaal drie handstickspelers tegelijk spelen.

Dit is een gemengde sport: zowel vrouwen als mannen kunnen in hetzelfde team spelen.

Elke ploeg heeft een coach, hij/zij geeft richtlijnen van aan de zijlijn. Hij/zij kan ook time-outs aanvragen of spelers wisselen. De coach hoeft geen handicap te hebben.

Duur van het spel

Er worden twee helften van 20 minuten gespeeld, met een pauze tussen van 10 minuten. Bij aanvang van de tweede wedstrijdhelft wisselen de teams van speelhelft.

Hoe lang de wedstrijd effectief duurt, hangt af van de wedstrijd zelf: Bij iedere fout wordt de klok stopgezet. Ook kan de coach technische time-outs (1 minuut) aanvragen wanneer er een defect of kwetsuur is of tactische time-out (1 minuut) aanvragen.

Kaarten

Ook in Powerchair Hockey wordt er gebruik gemaakt van groene, gele en rode kaarten. Deze kaarten worden gebruikt om spelers te bestraffen die een zware fout begaan. Dat kan gaan van stickslaan en botsen tot zelfs vechten. Elke kaart heeft zijn eigen invloed op de bestrafte speler:

Deze kaart is enkel een officiële waarschuwing. Er wordt geen straf uitgedeeld aan de betrokken speler.

De betrokken speler moet twee minuten van het veld. Het team moet met 4 spelers verder spelen. Bij een zware fout kan een speler meteen een gele kaart krijgen. Hij kan deze ook krijgen door 2 groene kaarten.

De betrokken speler moet het veld permanent verlaten. Ook hier moet zijn/haar team met 4 spelers verder spelen. Afhankelijk van de overtreding, zal er een schorsing zijn voor één of meerdere volgende wedstrijden. De rode kaart kan direct getrokken worden of het resultaat zijn van twee gele kaarten.

Classificatie

Om te kunnen deelnemen aan een EK/WK of de Belgische/Nederlandse competitie, moeten alle spelers geclassificeerd worden. Door het uitvoeren van specifieke, sportgerelateerde tests, wordt een speler een klasse van 1 tot 4 toegewezen.

Hoe hoger de klasse, hoe minder de beperking een invloed heeft op de fysieke mogelijkheden van de speler in deze sport. Indien een speler té hoog scoort op deze tests, kan deze speler afgekeurd worden en deelname aan de (internationale) competitie ontzegd worden. Het doel van het puntensysteem is om gelijke sportkansen voor iedereen te creëren.

Elk team, bestaande uit 5 spelers, mag met een maximum van 11 punten op het speelveld staan. Elke speler telt als 1, 2, 3 of 4 punten, afhankelijk van de toegewezen klasse.

Enkele mogelijke line-ups:

3 – 3 – 3 – 1 – 1

4 – 3 – 2 – 1 – 1

4 – 4 – 1 – 1 – 1

Snelheidscontrole

Internationaal is er sinds 2012 snelheidscontrole. Dat houdt in dat spelers maximum 15 km/u mogen rijden op het veld. Omdat het best lastig is om de rolstoel juist af te stellen (met warme motoren rijdt de rolstoel namelijk sneller), wordt er een marge van 0,5km/u toegelaten.

Wie op het EK2012 in Finland over deze limiet zat, kreeg een gele kaart. Sinds het WK2014 in München is de straf strenger: spelers worden nu met een rode kaart bestraft.

De spelregels vind je op de officiële website van de overkoepelende Powerchair Hockey organisatie, IWAS Powerchair Hockey.